Behandeling van |
|
|
|
|
Obesitas is een volksziekte
Obesitas wordt gedefinieerd als een body mass index (BMI) van 30 kg/m2 of meer, waarbij de BMI van een persoon wordt uitgedrukt in kilogram gedeeld door zijn lichaamslengte in meters in het kwadraat. Overgewicht wordt gedefinieerd als een BMI tussen de 25 en 29,0 kg/m2. In 1980 had 33% van de Nederlands bevolking een BMI boven de 25 in 2004 was dit gestegen tot 46 %, bijna een verdubbeling. Het percentage volwassenen met obesitas zal naar schatting de komende 20 jaar met 50% toenemen. Maar ook bestaat de verwachting dat het percentage mensen met overgewicht in het algemeen (matig plus ernstig overgewicht) verder zal stijgen. Dit wordt onder andere verwacht omdat ook bij kinderen het percentage met (ernstig) overgewicht stijgt. Kinderen met overgewicht hebben een verhoogde kans om ook op latere leeftijd (ernstig) overgewicht te hebben. Ook de omgeving blijft zodanig veranderen dat het steeds eenvoudiger wordt1 zwaarder te worden.
Obesitas veroorzaakt of verergert een groot aantal gezondheidsproblemen, beide onafhankelijk en geassocieerd met andere ziekten2. In het bijzonder wordt obesitas geassocieerd met de ontwikkeling van type 2 diabetes, coronaire hartziekten, een toename van verschillende kankers, obstructief slaap apneu, gewrichtklachten van zowel de kleine als grote gewrichten. In een studie (Build and Blood Pressure Study 3 werd aangetoond dat de negatieve effecten van overgewicht vertraagd ontwikkelen, soms pas wel na 10 jaar of langer. Epidemiologische studies tonen aan dat toename van de verschillende graderingen van overgewicht en obesitas belangrijke voorspellers zijn van afname van de levensverwachting. In de Framingham studie werd geconstateerd dat de kans op overlijden in de eerstkomende 26 jaar toeneemt met 1% voor elke 0,45 kg gewichtstoename in de leeftijd tussen 30 en 42 jaar, en een toename van 2% bij een leeftijd van 50 en 62 jaar4. Ondanks deze getallen wordt obesitas nog altijd onvoldoende aandacht gegeven.
In 1988 werd de term syndroom X door Raeven 5 geïntroduceerd (Het metabool syndroom van nu). Een verzameling van de volgende parameters: abdominaal vet (buikomvang), verlaagde waarde van het HDL, hyperinsulinemie, glucose intolerantie en hypertensie. Raeven meldde al in 1988 dat de mate van insuline resistentie afhing van de hoeveelheid abdominaal vet. Inmiddels hebben verschillende cohort studies aangetoond dat de buikomvang een belangrijkere voorspeller is voor hart -en vaatziekten en mortaliteit dan de obesitas zelf.
Obesitas is niet een op zichzelf staande ziekte maar een gevarieerde groep van afwijkingen met verschillende oorzaken. Alhoewel genetische aanleg een rol speelt, is de immense toename, in de laatste 3 decennia, van het overgewicht, voor een belangrijk deel te verklaren uit gedrag –en omgevingsfactoren als resultante van technologische ontwikkelingen. Een effectief programma voor de behandeling van overgewicht dient rekening te houden met de aetiologsiche factoren die bijdragen tot gewichtstoename. Multidisciplinaire inzet is noodzakelijk, zowel cognitieve gedragstherapie als sport-coaching dienen in het programma nadrukkelijker geïmplementeerd te worden om life style veranderingen door te voeren. Daarnaast blijkt uit onderzoek gegevens dat er ook een plaats is voor medicamenteuze ondersteuning in met name de consolidatiefase van het programma. Voor de morbide obesitas (BMI>40) is chirurgische interventie naast de leefstijl interventie een verantwoorde keuze.
|
|